woensdag 5 mei 2010

Troubadour

Het was op een warme zomerdag, terwijl de boeren hun gras aan het maaien waren en de zoete, bedompte geur van gras in de lucht hing, dat er een troubadour het dorpsplein op liep. De slager onderhandelde met een boer over de al dan niet te oude stier en op het bankje keken drie vrouwen toe hoe een aantal kinderen gillend achter een kip aanrenden.
Niemand merkte hem op terwijl hij in het midden van het plein op de grond ging zitten en zijn gitaar begon te stemmen. Ondertussen probeerde hij te bedenken wat hij zou gaan spelen. Juist toen hij zijn eerste akkoord wilde aanslaan, kwam er een jongetje bij hem zitten.
‘Dat is een gitaar, toch? Ik wil ook spelen!’ zei het wijzend naar de gitaar.
De troubadour twijfelde een moment en zag de vragende ogen van het jongetje.
‘Al goed’, mompelde hij en gaf hem voorzichtig zijn gitaar.
‘Waarom heeft u er een gat in gemaakt?’
‘Dan kan het geluid daarin vallen en weer opspringen zodat iedereen het hoort.’
Het jongetje sloeg ietwat hardhandig de snaren aan en hoorde dat de troubadour gelijk had. Het geluid sprong alle kanten op; het handjeklappen stopte, de vrouwen draaiden hun hoofden en de kip kreeg een ruime voorsprong.
‘Komt het horen, komt het horen!’ riep de troubadour die onmiddellijk opstond, ‘een geluid zoals u dat nog nooit hebt gehoord! Komt het horen!’
Verschillende mensen staakten hun bezigheden – het was toch al een gelegen tijd voor een pauze – en dromden zich om de troubadour en het jongetje heen die nog op de grond zat.
‘Ben je er klaar voor?’ fluisterde de troubadour voorovergebogen tegen het jongetje.
Hij knikte.
‘Hooggeëerd publiek, zoals u leeft van het koren wat u zaait, de kippen die u houdt en de koeien die u melkt, zo leef ik van het bespelen van mijn gitaar. Samen maken we vrolijke, treurige, verfrissende, stekelige en strelende geluiden waar mensen graag naar luisteren. Vandaag ben ik hier gekomen om u iets te laten horen wat u nooit van mij gehoord hebt! Het is iets wat u zal opvrolijken, bedroeven, verfrissen, steken en strelen zoals geen enkel ander geluid dat kan.’
Iedereen stond stil en vol spanning te wachten op deze mooie klank.
‘Straampg!’ klonk het nog harder dan de vorige keer. Het jongetje keek blozend naar de troubadour en dan weer naar de enigszins geïrriteerde mensen.
‘Bedankt, beste mensen, voor uw aandacht! Tot een volgende keer.’ Hij maakte een aantal buigingen en bedankte verschillende keren.
De mensen keken elkaar verbaasd aan, besloten zonder overleg deze gebeurtenis te gebruiken als de roddel van de dag en liepen al smiespelend uit elkaar.
‘Ik heb het niet goed gedaan, hè?’ vroeg het jongetje beteuterd aan de troubadour.
‘Dat was prachtig!’ zei hij stralend. ‘Wat jij net hebt gespeeld was het eerste geluid wat ik met deze gitaar maakte. Al mijn liedjes, mijn wereldreizen en mijn leven zijn met dat geluid begonnen.’
‘Ik moet weer gaan,’ zei het jongetje, gaf de gitaar voorzichtig terug en liep weg.
De troubadour pakte zijn spullen in en liep tevreden het dorp uit de open velden in terwijl hij zich verbaasde over die ene mooie klank. Een merel die op de nok van het laatste huis zat, zette nog een lied in terwijl de wind pluisjes meevoerde tot ver boven de daken richting het bos.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten